Perfect
Door Daphne Ketelaar, psycholoog
Ik ben psycholoog. Psychologen zijn perfecte mensen. Echt waar. Ik verslik me nooit, ik doe niet aan struikelen en stink niet. Ik heb nooit een baaldag en bloos niet. Ik ben nooit angstig, ik pieker niet en word nooit overspannen. Mijn kinderen zijn voorbeeldig en ik weet precies hoe ik ze moet opvoeden. Bovendien ben ik nooit verlegen. Verder heb ik nooit iets gestolen, nooit gevochten, nooit drugs gebruikt.
Ik heb één gebrek. Ik vergeet het nog wel eens. Dat ik perfect ben.
Dan sta ik ’s ochtends veel te vroeg op omdat één van de kinderen wakker is. Stoot ik mijn teen. Vloek. Mopper ik op mijn man dat hij de sokken náást de wasmand heeft gegooid. Ernaast. Hoe verzin je het. En dat mopperen, dat doe ik dan binnensmonds. Want ik heb geen zin in discussies. Dan ben ik verlegen bij de juf van mijn dochter en bloos ik. Kom net iets te laat op mijn werk. Ga net iets te vroeg weg. Heb geen zin om te sporten. Eet patat. En een heleboel chocola terwijl ik ’s avonds op de bank hang. En dan herinner ik het me ineens weer en bedenk me dat ik de volgende dag weer gewoon perfect ben. Wat een opluchting.
Laatst hoorde ik dat in een bekend damesblad allereerst de columns en vraag-en-antwoordrubrieken worden gelezen. En van die laatste vooral de vragen en niet de antwoorden. Mensen zijn op zoek naar herkenning. Daarom ben ik wel eens benieuwd naar psychologisch onderzoek. Niet het onderzoek naar hoe extreem gehoorzaam mensen kunnen zijn. En ik wil ook niet weten hoe vaak we liegen op een dag. Eh, niet wij, jullie natuurlijk. Psychologen liegen niet. Nee, ik wil een heel ander psychologisch onderzoek dan het gebruikelijke. Cijfers, harde cijfers over mijn eigen beroepsgroep. Welk percentage van de psychologen gaat vreemd? Hoeveel zijn er verslaafd? Hoeveel depressief, dwangmatig, psychotisch? Wat zou het heerlijk bevrijdend zijn, gewoon mens te zijn.


